Boerenzonen Marc en Bart Schot keren met Boeren Brouwers terug naar hun polderroots
We misten de vrijheid van de Noordoostpolder.
Ze groeiden op in de polder en streken na hun studie neer in Amsterdam. Broers Marc (35) en Bart (33) Schot werkten hier in de duurzame energiesector en hadden een heerlijk leven in de grote stad. Maar toen sloeg corona toe, de wereld ging op slot. Wat nu? Het bleek het begin van een nieuw ambachtelijk avontuur: Boeren Brouwers. Een verhaal over durf, nieuwe dingen ontdekken, kameraadschap, terug naar je roots en een beetje gekkigheid.
Geboren als broers, opgegroeid als boeren en uitgebloeid tot brouwers. Boerenzoons Marc en Bart groeiden samen met nog twee broers op op een boerderij bij Creil, die inmiddels wordt gerund door een van hun broers en hun vader. Marc en Bart verruilden de polder na hun studie voor Amsterdam, waar ze het prima naar hun zin hadden.
‘We hadden allebei goeie banen en in de stad is na het werk natuurlijk altijd wel wat te doen’, vertelt Marc. Dat veranderde compleet toen corona de wereld platlegde. ‘Opeens zaten we thuis en konden we niks meer.’ Met een grijns: ‘En daar zijn wij blijkbaar niet helemaal geschikt voor.’
We zijn nou eenmaal opgegroeid met eelt op onze handen, willen wat doen.
Er ontstonden wat projectjes die de jongens in de weekenden weer terug naar de polder brachten. Bart ging bijvoorbeeld een Fiat 500 opknappen op de boerderij, Marc probeerde een Sparta brommer uit 1963 om te bouwen naar elektrisch. Eenmaal klaar ontstonden er vrijwel direct weer nieuwe plannen.
‘We zijn nou eenmaal opgegroeid met eelt op onze handen, willen wat doen. En we misten ook de boerderij en de vrijheid van de Noordoostpolder. Dat voel je pas als je het niet meer hebt.’
‘Ik wilde leren bierbrouwen’
Op een avond met een biertje kreeg Marc zomaar opeens een idee voor een nieuw project: bierbrouwen. ‘Het leek me leuk om dat te leren. Ik appte mijn broer en die was meteen enthousiast. Aan het einde van de avond stuurde hij me een bierbrouwset door die voor 30.000 euro op Marktplaats stond.’ Die investering deden ze nog niet direct, maar aan het einde van die week hadden ze wel een verlanglijstje klaar waar op stond wat ze allemaal nodig hadden om bier te gaan brouwen. ‘In de kelder van Bart in Amsterdam gingen we aan de slag met een bestaand recept.’
Het leverde best een lekker biertje op, herinnert Marc zich. ‘Maar het was niet ons eigen recept. En toen werd het zaadje geplant, we gingen echt zelf iets verzinnen.’ De broers lazen boeken, trokken overal informatie vandaan en appten en belden elkaar bijna dag en nacht.
En ze probeerden dingen uit, maakten in het hele leerproces natuurlijk ook fouten. ‘Dan was het bier weer verzuurd, verkleurd of bitter. En we liepen ook tegen technische problemen aan. Eén keer ging er iets kapot in de ketel en liep de hele kelder van Bart onder water. Dat was het punt waarop we zeiden: we moeten op zoek naar een andere plek.’
Hup, de markt op
De broers besloten bij een bestaande brouwer hun bier te gaan produceren en met hun eigen recepten de markt op te gaan. Hotel Restaurant Grandcafé ’t Voorhuys in Emmeloord sloot hun gerstenat meteen in de armen. ‘We kregen ook al snel veel klanten uit de polder, omdat hier nog geen lokale bierbrouwers zaten. We wilden in dat gat springen, ook met het oog op de boerderij, waar we eigenlijk naar toe wilden verhuizen.’
Grootse plannen, grootse dromen. Dat kunnen ze, die jongens van Schot. En dat is maar goed ook, want hun Boeren Brouwers nam een vlucht. En die droom van de boerderij, kwam uit. In de oude paardenstal op de familieboerderij richtten ze hun brouwerij in.
‘We konden voor de inboedel een dealtje sluiten met een gestopte Almeerse brouwerij. Daarna waren we platzak, maar we hadden wat we nodig hadden.’ Hun ketel van 500 liter aan de Noorderringweg heeft daarna niet veel meer stilgestaan. ‘We hebben ook niet veel fouten meer gemaakt, we leerden snel.’
Hop van polderbodem
Vijf jaar na de eerste stappen in de bierwereld is Boeren Brouwers uitgegroeid tot een kleine, maar professionele brouwerij waar jaarlijks 25.000 liter speciaalbier -dat zijn 75.000 flesjes- wordt geproduceerd. Inclusief een eigen kleine hopplantage in de buurt van de boerderij. ‘We telen zelf vijftien soorten. Daarmee zijn we de enige brouwerij in Nederland die zoveel verschillende soorten hop teelt.’
We telen zelf vijftien soorten. Daarmee zijn we de enige brouwerij in Nederland die zoveel verschillende soorten hop teelt.
Naast hun werk en leven in Amsterdam, zijn Marc en Bart nu elk weekend in Creil te vinden. Ze brouwen elke vrijdag, doen zelf het klantencontact, het ontwerp van de etiketten en het maken van recepten.
Ja, het is druk. ‘Maar we vinden het heel leuk om te doen. We hebben in de polder een vaste particuliere klantenkring, maar ook bedrijven zoals de Poiesz, de Spar in Creil, boerenwinkels, de snackbar in Nagele, Van der Valk, ’t Voorhuys en Fenn’s in Bant. Maar ook buiten de polder weten steeds meer mensen ons te vinden.’
Blijven experimenteren
Bierbrouwen blijft een ambachtelijk vak en blijft ook altijd experimenteren, vertelt Marc. ‘Het is elke keer weer een verrassing wat er uit de ketel komt.’ Maar dat maakt het brouwen nou juist zo leuk voor hem en zijn broer.
‘We verzinnen steeds weer nieuwe recepten. Aan een Belgisch biertje gaven we bijvoorbeeld een Braziliaans tintje met limoenschillen die in rum hebben liggen trekken. Daar voegden we citroenmelisse van eigen bodem aan toe. Dat geeft het bier een veel complexere smaak. Koriander, kamille, gerst, tarwe en eigen hop vormt de basis van ons eindejaarsbier.’ Hadden de broers dit bedrijf ook op een andere plek kunnen neerzetten? ‘Dan hadden we nooit zo’n snelle start kunnen maken’, denkt Marc. ‘We hadden hier al een groot netwerk. Als de ketel kapot is, staat er binnen twee uur iemand te lassen. De lijntjes zijn kort in de Noordoostpolder. En het saamhorigheidsgevoel groot.’
tekst: Debora Boomsma – foto’s: Evelien Fotografie









